Eendenkooien vormen al eeuwenlang een kenmerkend element in het Friese landschap. Al in de Romeinse tijd werd op vergelijkbare wijze op eenden gejaagd. Vooral in de 15e en 16e eeuw kende Fryslân een levendig kooikersbedrijf, met tientallen kooien verspreid over de provincie. In de 18e en 19e eeuw kwam, door verminderde vangsten als gevolg van het verdwijnen van eendenbiotopen, de klad in het kooikersbedrijf, waardoor veel kooien zijn verdwenen of in verval zijn geraakt. Van de overgebleven eendenkooien heeft It Fryske Gea er acht in beheer: de twee Van Asperen einekoaien in de Eanjumer Kolken, de Buismanskoai en de Kobbekoai bij Gytsjerk, de Casteleinskoai en de Mulderskoai bij Lytse Geast, de Van Asperen einekoai bij Alde Miede en de Buismanskoai bij Piaam.
De inrichting van een eendenkooi is in principe eenvoudig: een waterplas met wat bos eromheen. Het merendeel van deze plassen is gegraven en heeft het karakteristieke rogge-ei model. Ze zijn rechthoekig, waarbij op de hoeken vangpijpen zijn aangelegd. Over de steeds smaller wordende vangpijpen zijn schuinstaande schermen geplaatst. Bij het uiteinde bevindt zich een vanghokje met een van buiten af te bedienen klep. 
De kooiplas is vaak omgeven door een aarden wal en eventueel ook door rietschermen. In de eendenkooi staat meestal ook een huisje, het kooihuisje genoemd. Voor deze vorm van eendenjacht is het van groot belang dat er absolute stilte en rust heersen in de kooi en omgeving. Deze rust kan wettelijk gewaarborgd worden door het kooirecht en het hieraan verbonden afpalingsrecht. Voor de meeste Friese kooien bedraagt het recht van afpaling in een cirkel met een straal van zo'n 1200 meter, gerekend vanuit het midden van de kooi. 
Eendenkooien worden vaak gekenmerkt door een rijke flora en fauna. De samenstelling van de kruidlaag van een eendenkooi is o.a. afhankelijk van de hoeveelheid doorvallend licht, de grondsoort en de dikte van de humuslaag. Door het grote aantal vogels in de kooi komen er bovendien veel besdragende soorten voor. Veel dieren profiteren van deze goed ontwikkelde kruidlaag en van de rust die in en rond de kooi wordt gegarandeerd. De vele geplaatste rietschermen en het kooibos met zijn veelal holle, geknotte bomen en nestkastjes bieden uitgebreide broedgelegenheden. In een bosarm landschap vervullen eendenkooien tevens een belangrijke functie als schuil- en slaapplaats.